In het strafproces past geen emotie

07-05-2011

Peter Schouten kan het weten. Hij heeft een jarenlange ervaring met de media als journalist, uitgever en manager. In de jaren zeventig begon hij zijn carrière bij de Staatscourant en later was hij werkzaam voor Management Totaal. Ooit werkte hij, samen met Peter R. de Vries, voor Audax in Gilze waar bladen als Aktueel, Avantgarde en Esquire werden uitgeven. Daarnaast is Schouten vooral ondernemer geweest. In 1994 verkocht hij zijn multimediabedrijf Teleworld aan KPN en Philips. Met dat bedrijf verkende Schouten in een vroeg stadium de nu zo populaire integratie van verschillende soorten media. Teleworld bood andere media onder meer telefoondiensten aan voor horoscopen en interactieve televisie. Enkele jaren later startte hij in Maleisië onder andere een televisie- en internetbedrijf en een internetbank voor moslims. Het ging Schouten voor de wind. Het geld van investeerders stroomde binnen, terwijl Schouten de bedrijven klaarstoomde om naar de beurs in Londen en Kuala Lumpur te gaan.

– En toen ging het mis?
“In 2002 klapte de internetbel. Dat had natuurlijk grote gevolgen. Zo had ik aandelen in een beursgenoteerde onderneming waarvan de aandelenkoers op bijna zeven pond stond toen ik op zeker moment het vliegtuig instapte. Toen ik uitstapte was de koers al gekelderd tot één pond. Een paar dagen later was dat nog maar twee penny. Het ene moment was ik rijk, het andere moment straatarm. Gelukkig had ik het huis, dat ik een jaar eerder in Breda betrok, in één keer betaald. Ik was schuldenvrij.”

– U moest opnieuw beginnen?
“Ik heb mijzelf aan de haren uit de modder getrokken. Op zekere dag dacht ik bij mijzelf: ik ben nog niet te oud. Ik ga de roest van mijn leven poetsen. Zo ben ik in 2006 bij de Open Universtiteit aan een inmiddels afgeronde studie rechten begonnen. Ik loop nu stage bij DNA Strafrechtadvocaten in Breda en hoop een interessante carrière als strafpleiter tegemoet te gaan.”

– Vanwaar de keuze voor rechten?
“Het was een oude liefde. Ooit studeerde ik economie, omdat dat voor het ondernemerschap wel zo handig was. Maar met ondernemen had ik het na mijn diepe val wel gehad. Ik heb in mijn leven zo’n veertig bedrijven opgericht. Ik wilde een nieuw begin, een breuk met het verleden. Zo kwam ik bij rechten uit. En het werd dan ook geen ondernemingsrecht, maar strafrecht.”

– Kunt u mooi mee in de de picture komen.
“Daar gaat het mij niet om. Ik vond het een interessante gedachte om een verdachte te beschermen die vaak helemaal in zijn eentje tegenover de overheid en de grote, boze buitenwereld staat.”

– En in de grote, boze buitenwereld spelen de media een steeds grotere rol.
In ‘Trial by Media’ noemt u het voorbeeld van seriemoordenaar Koos H. (61) die door Peter R. de Vries met de verborgen camera in de gevangenis herkenbaar wordt vastgelegd als hij voor zichzelf belastende verklaringen aflegt. De rechter had de uitzending vooraf verboden, maar De Vries legde het vonnis naast zich neer. “Dat was een juridisch dieptepunt voor de journalistiek en voor de rechtsstaat. Je moet geen rechterlijke uitspraak negeren. Dat heeft allerlei vervelende consequenties. De Vries wist hoe ik daarover dacht. We verschilden duidelijk van mening. Ik bekeek deze zaak juridisch gezien vanuit het belang van de verdachte. Peter speelde in mijn ogen eigen rechter. Maar hij had andere belangen en wilde rekening houden met het grote publiek. Dat grote publiek heeft doorgaans weinig sympathie voor de verdachte. Overigens erken ik ook de kracht van zijn programma. Peter is een gedreven, harde werker. Zijn kantoor staat volgepakt met dossiers en hij kent ze allemaal uit het hoofd. Ik heb daar veel waardering voor. De zaak-Bolhaar heeft hij hoogstpersoonlijk tot een goed einde gebracht (vlak voor de verjaring komt De Vries met een getuige in de uit 1984 daterende zaak van de moord op Corina Bolhaar en haar twee kinderen. De dader wordt alsnog tot levenslang veroordeeld, G.N.). Ik zal de laatste zijn om te roepen dat we de persvrijheid moeten beteugelen. Maar we moeten wel zoeken naar een goede combinatie van persvrijheid en de bescherming van verdachten en veroordeelden. Ook een moordenaar als Koos H. heeft rechten.”

– In dit mediatijdperk is het slecht gesteld met de rechten van een verdachte of veroordeelde. Dat bedoelt u toch te zeggen?
“Door de grote aandacht van de media voor een zaak, loop je als verdachte het gevaar al vóór de rechtszaak veroordeeld te zijn. Publieke veroordelingen vormen een serieuze bedreiging voor de rechtsstaat. Het probleem zal de komende decennia alleen maar groter worden. Al was het maar vanwege het internet. Je moet het onschuldbeginsel daarom beter verankeren in de wetgeving dan nu het geval is. Ook pleit ik voor allerlei verbeteringen om het recht op een eerlijk proces voor de verdachte te waarborgen. De media moeten zich ook beter aan de initialenregel houden.”

– Maar het komt toch potsierlijk over als je als krant een moordverdachte J. noemt, terwijl iedereen door internet weet dat het om Jansen gaat?
“Er is helemaal niets potsierlijks aan het beschermen van de anonimiteit van verdachten. Betere wetgeving zou veel uitmaken. Het is veel te gemakkelijk als je zegt dat Geen Stijl niet is aan te pakken. Justitie kan veel meer doen. Een van mijn aanbevelingen in Trial by Media is om in bepaalde gevallen sociale profielen op websites af te sluiten, zodra er iemand is aangehouden en voordat je dat bekend maakt. Zo voorkom je dat allerlei privacygevoelig materiaal in handen van de pers komt.”

– U wilt de persvrijheid uiteindelijk toch beteugelen. Een journalist moet toch ergens zijn informatie vandaan halen?
“Nee, ik wil de persvrijheid niet aan banden leggen. Ik heb ook niet de illusie dat het gaat lukken om internet wat dat betreft te controleren, maar het Openbaar Ministerie moet wel zijn verantwoordelijkheid nemen waar dat mogelijk is. Laten we niet vergeten dat de traditionele media zich meestal netjes gedragen, maar dat de nieuwe en vooral sociale media het proces vaak onbeheersbaar maken en schadelijke beeldvorming veroorzaken.”

– In ‘Trial by Media’ maakt u justitie meer verwijten. Ook het Openbaar Ministerie zou in sommige gevallen de publieke opinie willens en wetens bewerken. Hoe dan?
“Spindoctoring. Zo heet dat. Het komt er op neer dat informatie selectief is en op een vertekende wijze naar buiten wordt gebracht om zo de geesten rijp te maken voor een eventuele veroordeling. Ja, dat gebeurt. In de zaak van de van ontucht verdachte Bossche zwemleraar Benno L. bijvoorbeeld. De hoofdofficier deed op de persconferentie de uitlating: ‘Tot nu toe is niet vastgesteld dat er sprake is van penetratie, maar we kunnen niets uitsluiten.’ Van verkrachting of een poging daartoe is echter niets gebleken en justitie wist dat ten tijde van die uitspraak. Ook het aantal slachtoffertjes en de hoeveelheid kinderporno werden aanvankelijk sterk overdreven. Dat is demonisering. L. moest en zou tbs krijgen.”

– Wij journalisten zijn sterk afhankelijk van wat het OM over een zaak zegt.
“Maar je hebt als journalist ook de taak om niet alles voor zoete koek te slikken. Ik doe een moreel appel op de journalistiek om op de hoede te zijn voor persvoorlichting van het OM, maar ook bij alle andere informatie die zij ontvangen over een strafzaak. We kunnen wat leren van Amerika. Daar werd in de jaren dertig al gewaarschuwd voor trial by media. Het gevolg is dat er in de Amerikaanse wetgeving veel meer waarborgen zitten om de gevolgen van trial by media in evenwicht te houden. Zo heeft een advocaat daar meer mogelijkheden om zijn cliënt al heel vroeg publiekelijk te beschermen door ontlastende informatie over de zaak naar buiten te brengen.” Het moest een scriptie met een beperkte omvang worden, maar het werd een vlot geschreven boek van 240 pagina’s. Trial by Media is het visitekaartje van de pas afgestudeerde Peter Schouten. Begin juni wordt het uitgegeven door Kluwer. Voor het schrijven van het boek onderwerpt Schouten meerdere ‘mediazaken’ aan een analyse. Met name aan de zaak van de Bossche zwemleraar Benno L. besteedt hij veel aandacht. Schouten hoopt met dit boek een basis te hebben om te promoveren. Het onderwerp leent zich daar volgens hem uitstekend voor, omdat er nog betrekkelijk weinig onderzoek gedaan is naar de invloed van de media op de procesgang. De publicatie van Trial by Media komt op een goed moment. De seksrel rond Dominique Strauss-Kahn en het proces tegen PVV-leider Geert Wilders trekken veel aandacht in de media. Daardoor is ook de discussie over de invloed van de media weer aangescherpt. Schouten heeft zich lange tijd opgesloten in zijn Bredase woning om aan het boek te werken. Hij bekostigde zijn studie onder meer uit een hypotheek op zijn huis en de verkoopopbengst van zijn dure auto’s: de erfenis uit een vorig leven als internetondernemer.

De kwestie rond IMF-topman Dominique Strauss-Kahn laat zien hoe machtig de media zijn. De van verkrachting verdachte Fransman is ruim voor de rechtszaak al aan de schandpaal genageld. Advocaat in spe Peter Schouten schreef de scriptie Trial by Media over dit fenomeen. ‘Publieke veroordelingen vormen een serieuze bedreiging voor de rechtsstaat’, zegt hij. Van scriptie tot boek.

Ik denk nu aan Strauss-Kahn. Sterk staaltje van trial by media.
“Zeker. Vooral die walk of shame, de publieke voorgeleiding aan de rechter. Maar daardoor weten we nu ook dat het verhaal van justitie dat Strauss-Kahn in het geniep probeerde te vluchten niet klopte. Hij bleek gewoon naar het hotel gebeld te hebben met de mededeling dat hij zijn telefoon vergeten was en op het vliegveld stond.”

– U bent ook kritisch over de rechterlijke macht.
“Ik ben zeer tevreden over de kwaliteit van de rechtspraak in Nederland, maar rechters moeten wel meer aan zelfreflectie doen. Neutraliteit is een fictie. Ook een rechter wordt beïnvloed door wat er in de media speelt. Ik vind het opvallend dat er maar weinig wrakingen zijn. Kennelijk valt het de rechterlijke macht zwaar om de eigen beroepsgroep te bekritiseren. Daarom vind ik dat er een onafhankelijke wrakingsinstantie moet komen.”

– U wilt de invloed van de media op de rechtspraak terugdringen, maar u pleit wel voor camera’s in de rechtszaal.
“Veel media-aandacht werkt emotie in de hand en in het strafproces past geen emotie. Maar dan heb ik het vooral over de periode voorafgaande aan een rechtszaak. Een liveregistratie van een rechtszitting, op internet bijvoorbeeld, is heel wat anders. Zo’n zitting is een onderscheidend moment. Dan komt het er op aan. Verdediger en aanklager moeten alles op tafel leggen. De kijker krijgt zo een eerlijke voorstelling van zaken.”

door
Geert Nijland

bron:
http://www.bndestem.nl/algemeen/misdaad/8945113/Interview-Peter-Schouten–In-het-strafproces-past-geen-emotie.ece